Zorgdata groeit. De complexiteit van softwaresystemen in de zorg laat zich elke dag voelen. Samenwerking over zorginstellingen heen is geen ambitie meer, maar pure noodzaak. Volgens klinisch informaticus Igor Schoonbrood ligt de oplossing voor de “transmurale” zorg niet in de vele technologische mogelijkheden, maar in iets fundamentelers: het gebruik van internationale standaarden en de bereidheid om daarin te kiezen.
Het probleem waar niemand eigenaar van is
Standaarden zijn in de zorg geen onbekend begrip. Integendeel, ze worden overal genoemd. Maar zodra het richting oplossingen gaat, ontstaat er ruis. Igor Schoonbrood aarzelt geen moment als het onderwerp ter sprake komt. “Wat is de standaard? Wanneer voldoe je eraan? En belangrijker nog: wie bepaalt dat?’’
Igor Schoonbrood ziet het dagelijks gebeuren. ‘’Discussies verzanden in interpretaties, varianten en uitzonderingen.’’ Het gevolg is een terugkerend probleem: systemen die op papier interoperabel zijn, maar in de praktijk afhankelijk blijven van maatwerk en tijdelijke oplossingen. Igor Schoonbrood vat het scherp samen:
“Zolang iedereen zijn eigen interpretatie heeft, blijft echte uitwisseling een illusie.”
De praktijk als reality check
Die overtuiging komt niet uit theorie. Als Enterprise Architect binnen het Maastricht UMC+ en Architect van de RSO Zuid Limburg werkt Igor Schoonbrood precies op het snijvlak waar beleid, zorg en technologie samenkomen. Daarnaast runt Igor Schoonbrood zijn eigen adviesbureau, ITC Advies, waarin hij zich richt op interoperabiliteitsvraagstukken, binnen één instelling tot op regionaal, landelijk en internationaal niveau.
Juist die combinatie maakt dat hij scherp ziet waar het wringt. “Het probleem zit niet meer in techniek,” zegt Igor Schoonbrood resoluut. “Het zit in het feit dat we niet kiezen.”
Niet óf-óf, maar én-én
Waar discussies vaak verzanden in belangen, kiest Igor Schoonbrood bewust een andere invalshoek. openEHR is geschikt voor het vastleggen van betekenisvolle zorgdata. FHIR speelt de belangrijkste rol bij het uitwisselen daarvan en OMOP wordt gebruikt voor data analyses. Hij leunt iets naar voren en benadrukt: “Het gaat niet om FHIR, openEHR of OMOP. Het gaat erom dat je begrijpt waar de standaarden voor bedoeld zijn.”
Volgens Igor Schoonbrood zit de kracht juist in de combinatie: “Geen strijd tussen standaarden, maar een praktische inrichting van het informatiestelsel. Volg daarbij de internationale standaardorganisaties, die samenwerken om de ontbrekende schakels te overbruggen en elkaars sterke punten te benutten.”
Eén taal voor betekenis
Igor Schoonbrood ziet in openEHR een cruciale bouwsteen. Niet omdat het de enige oplossing is, maar omdat het iets afdwingt wat vaak ontbreekt: eenduidigheid in de betekenis van zorgdata. Hij legt uit: “openEHR dwingt je om betekenis en de context hiervan vast te leggen. Niet alleen zorgdata, maar wat die zorgdata betekent.” En daar zit volgens hem het echte verschil.
openEHR maakt een duidelijke scheiding tussen de betekenis van de zorgdata en de fysieke opslag van gezondheidsgegevens. Die betekenis, de inhoud en structuur van klinische informatie, wordt internationaal ontwikkeld en beheerd door duizenden zorgspecialisten. Zo ontstaat een rijk en breed gedragen model.
Technische specialisten richten zich vervolgens op de opslag en implementatie, zonder de betekenis telkens opnieuw te hoeven definiëren. Deze scheiding zorgt voor flexibiliteit, betere uitwisselbaarheid en duurzame gegevensmodellen.
Igor Schoonbrood knikt kort en voegt toe: “Juist doordat klinische experts de inhoud definiëren en techniek zich richt op de infrastructuur, creëren we een systeem dat zowel robuust als toekomstbestendig is.”
Hij vervolgt: “Deze werkwijze sluit direct aan bij ambities uit de nationale visie en strategie van VWS. Daarin wordt toegewerkt naar een stelsel waarin zorgdata wordt ontkoppeld van functies, het levensloopdossier centraal staat en een open, innovatie bevorderende markt wordt gestimuleerd. Standaarden als openEHR, in combinatie met FHIR en OMOP, maken die beweging daadwerkelijk uitvoerbaar. Iets wat bij veel grote nationale projecten tot nu toe ontbreekt.”
Een kantelpunt in Europa
Tijdens de IHE Europe Experience Days werd zichtbaar dat deze manier van denken terrein wint. Met meer dan 600 deelnemers stond het evenement in het teken van samenwerking, testen en toepassen van internationale standaarden. Niet praten over interoperabiliteit, maar het werkend maken.
Wat Igor Schoonbrood vooral opviel, was de verschuiving in houding.
“Je ziet dat openEHR echt wordt omarmd,” aldus Igor Schoonbrood. “De veranderende internationale houding en de toegenomen bereidheid tot daadwerkelijke samenwerking tussen de grote standaard organisaties maken het steeds beter mogelijk om zorgdata grensoverschrijdend beschikbaar te stellen. In plaats van in Nederland alles zelf te willen uitvinden, is het essentieel om actief aan te sluiten bij internationale ontwikkelingen en standaarden. Doen we dat niet, dan blijven we opereren op een eiland, met alle risico’s van blijvende leveranciersafhankelijkheid, geld opslurpende projecten en beperkte interoperabiliteit die daarbij horen.”
De volgende stap ligt niet in techniek
Nieuwe zorgvormen zoals thuisbehandelingen en telemonitoring maken de urgentie alleen maar groter. Ze vragen om consistente zorgdata, over instellingen en systemen heen. Igor Schoonbrood ziet daar duidelijke kansen. “We moeten dit soort use cases nu goed neerzetten. Anders lopen we straks weer achter de feiten aan. Juist daar kan standaardisatie het verschil maken, mits het vanaf het begin goed gebeurt.’’
De echte uitdaging: durven kiezen
Igor Schoonbrood is helder, bijna stellig: “Interoperabiliteit is geen technisch probleem. Het is een keuze.” Zolang organisaties en zelfs regio’s of landen ruimte blijven houden voor eigen interpretatie, blijft de belofte van digitale zorg onvolledig. Vooruitgang vraagt om focus, samenwerking en de bereidheid om standaarden niet alleen te benoemen, maar daadwerkelijk te volgen.’’
Want pas als we dezelfde standaarden gebruiken, kan technologie naar de achtergrond verdwijnen en maken frustraties over systemen plaats voor wat echt telt: betere zorg. Wie zich verder wil verdiepen in deze benadering, kan de white papers van Igor Schoonbrood raadplegen op de website van zijn organisatie, ITC Advies (www.itcadvies.nl)

